|
68 e 24-UREN VAN ANTWERPEN.
Nawoord van de voorzitter.
ANTWERPEN –
BLANKENBERGE – ANTWERPEN
Het was met een dubbel
gevoel dat ik op zaterdagmorgen de Antwerpse Grote Markt opreed en me
klaar maakte voor de inschrijving van de 68e 24 Uren van
Antwerpen.
De binnengekomen
inschrijvingen waren zeker niet zo overweldigend dat we er euforisch van
werden.
Tevens was bij de laatste
verkenning van vorige donderdag mijn laatste greintje enthousiasme zwaar
onder het vriespunt gedaald toen we geconfronteerd werden met een
overvloed van wegenwerken met als toppunt een onderbroken weg op een
aangeduide omleidingweg.
Toen ik echter in Den
Bengel de hoopvolle gezichten van de deelnemers zag, kreeg ik terug een
adrenalinestoot en ging er vol tegenaan.
Klokslag 12u gaf Schepen
Van Campenhout het vertrek aan 47 fietsers die onder begeleiding van 10
Politiemotards van start gingen.
Zoals afgesproken kregen
we toen we Kapelle-op-den-Bos naderden een seintje van de Red Bull
hostesses dat ze ter plaatse waren. Eigenlijk mogen we van geluk
spreken dat ze zich een beetje vergist hadden van afspraakplaats. Toen
we van onder het spoorwegtunneltje doken merkten we rechts op de
stationsparking het gekende Minitje op, dit in plaats van de 50m verder
gelegen Eternit-parking. Ons geluk lag in het feit dat op het ogenblik
dat we van de fiets stapten de eerste regendruppels vielen, welke de
voorbode waren van een stortbui. Gelukkig konden we schuilen onder de
fietsoverkappingen.
Na de nodige cafeïnestoot
ging het verder richting Pajottenland. De fietsers omzeilden zonder
problemen het te elfder ure ontworpen omleidingsparcours en merkten
niets van de problemen die wij er enkele dagen ervoor hadden meegemaakt.
Hetzelfde regenscenario
deed zich voor toen we bijna aanmelden voor onze eerste echte stop te
Denderleeuw, waar we enkele kilometers ervoor op een plensbui werden
vergast.
Ondanks het feit dat twee
vaste leden van ons eigen motard team door persoonlijke redenen forfait
dienden te geven, draaide de begeleiding perfect, iedereen stak met
plezier een tandje bij.
Via de Vlaamse Ardennen
waar we enkele bekende hellingen eens als afdaling bekeken en een tweede
drankstop te Oudenaarde, kwamen we in de vlaktes van Zuid
Oost-Vlaanderen terecht.
Hier kregen we dan ook de
wind vol op de neus en werd het stoempen geblazen. Dat we hierdoor
vertraging opliepen ten opzichte van het voorziene tijdschema kon ons,
N.M.B.S. gewijs, niet van de kaart brengen.
We bereikten de controle
te Pittem dan ook met ongeveer 30 minuten tijdsachterstand.
Na een deugddoende stop
namen we terug ons rijtuig en trokken de Polders in. Vanaf Stalhille
was ook een alternatief parcours ontworpen om de wegenwerken op de
Kustweg te ontwijken.
Zoals afgesproken stond te
Zuienkerke een motoragent van de Blankenbergse Politie ons op te wachten
welke ons blindelings naar het Bloso Centrum, waar we verwacht werden
voor het warme avondmaal en dito douche, loodste.
Traiteur Raf en cafetaria
uitbaatster Windy ontvingen ons met open armen.
Zoals gebruikelijk
verdween na de maaltijd een belangrijk deel van het peloton in de
catacomben van het Bloso complex voor een verkikkerend hazenslaapje.
Stipt om 3 uur stonden we
terug klaar voor de resterende 175km. De nachtrit voerde ons via
Zeebrugge, Sluis en Sint Laureins naar Eeklo. Wat mij het meeste opviel
was dat op Zeeuws grondgebied bijna nergens wegverlichting brandde,
zodat de diverse fietslichtjes een feeërieke sfeer creëerden.
Café Den Eiktak te Eeklo
werd de koffie lustig werd uitgeschonken en de brooddozen een volgende
keer aangesproken.
Ook dit jaar werd een –
zeer klein – gedeelte per boot afgelegd en staken we met het veer te
Langerbrugge het kanaal Gent – Terneuzen over. Voor de meesten niet
meer dan een leuk tussendoortje maar voor Tris, de vaste begeleidster
van WTC Niel, een kleine nachtmerrie. Onder begeleiding van haar ega
(en persoonlijke hengst) heeft ze beproeving met glans doorstaan.
Met een doortocht door het
Waasland, waar de rugwind voor een lekker tempo zorgde, arriveerden we
te Bornem voor een laatste tussenhalte.
Door het windvoordeel kon
hier een langere stop genomen worden en zagen we zelfs enkelen
uitgebreid ontbijten.
De klok van tien was reeds
een poosje voorbij toen we de laatste etappe aansneden.
Hier kwamen we meer op
meer op gekende wegen langs Oppuurs, Willebroek, Boom en Aartselaar.
Aan de terreinen van Atlas
Copco werd de rit even geneutraliseerd om de Motorbrigade op te wachten.
Om 11u30 werd terug
vertrokken om onder begeleiding van de politiesirenes klokslag 12u de
Grote Markt op te draaien waar traditioneel enkele tientallen supporters
en familieleden de karavaan stond op te wachten.
Zelf werd ik nog
aangesproken door een journalist van de Nieuwe Gazet voor een kort
vraaggesprek waarvan naar verluid het verslag reeds daags nadien is
verschenen.
Roland |