|
| |

|
Twee
wielertoeristen op de schaats. |
Een
verhaal uit 1997 van Vic Hendrickx en
René Verschooten.
|
Snelschaatsen is hier te lande geen
ingeburgerde sport. Nochtans kent iedereen de Elfstedentocht als een
groot wintersportevenement. In Friesland is het meer dan dat, het is er
een volksfeest en een cultuurmonument zonder weerga.
De uitstraling van deze schaatstocht
heeft omwille van haar heroïsche verhalen een weerklank gevonden tot ver
buiten de Europese grenzen. In zover dat zelfs Amerikaanse en
Japanse TV.ploegen een verslaggeving brengen over deze schaatsmarathon.
Het is de droom van iedere snelschaatser
om ooit eens te kunnen deelnemen aan deze meer dan 200 km. lange "Tocht
der tochten".
Twee fietstoeristen hebben die droom
kunnen realiseren. Vic Hendrickx van de Antwerpse fietstoeristen, en
René Verscbooten van K.S.V. De Zwaluw.
Met hen hadden wij een interview.
Vic, René, wij weten intussen dat niet iedereen zomaar aan de
Elfstedentocht kan deelnemen, hoe zit nu precies die vork aan de steel?
|
Vic.
Een
noodzakelijke vereiste om te kunnen deelnemen is ofwel, lid zijn van de
vereniging, " de Friesche Elfsteden", (dat kon tot in 1985 door zich
in te schrijven en een jaarlijkse retributie te betalen), ofwel
en dat vanaf 1985, door zich te laten inschrijven als potentieel
deelnemer. Die laatsten betalen een kleiner jaarlijks lidgeld maar zijn niet zeker
van deelname. Uit deze categorie van 14.156
ingeschrevenen, werden er op 25 november
voor de winterperiode 1996 -1997 4.200 gelukkigen
ingeloot.
Buiten deze 2 categorieën en de Vips
zijn er geen deelnemers aan de toertocht toegelaten. Trouwens ik kan U
zeggen dat de controle hierop heel efficiënt en bijzonder goed
georganiseerd is.
Aan een schaatstocht van 200 km begint ge toch niet zomaar. Hoe bereidt
ge dit voor?
René.
Snelschaatsen is complementair aan
fietsen, dus schakelen wij met ca. 10.000 km op de teller van ons
computertje, zonder al
te grote problemen over op de schaats. We menen dan ook te mogen
zeggen, met een conditie die er mag
zijn.
Vic staat van dan af driemaal in de week op het ijs
|
| Mezelf kunt ge 's maandags en donderdagsavond in Wilrijk op de
schaatsbaan vinden. Ik voeg er onmiddellijk aan toe, dat dit
te weinig is om de lichamelijke conditie opgebouwd bij het fietsen
op peil te houden.
Vanaf het begin van de vorstperiode
hebben wij de trainingsarbeid wat opgedreven en toen net voor Kerstmis
het ijs in de natuur begon te dragen, gingen wij praktisch dagelijks een
tweetal uur de schaats op.
Tussen Kerst en Nieuwjaar hebben wij
daarnaast een 75 km. lange toertocht in de omgeving van Gouda aangepakt,
en op tweede nieuwjaarsdag zijn we naar Alkmaar getrokken voor de
Bannetocht, een rit van 125 km.
Het is halverwege die tocht dat wij
vernomen hebben dat het Elfstedenkomitee beslist had het evenement te
laten doorgaan op 4 januari. Met andere woorden 2 dagen later.
In feite waren wij in dat licht gezien,
toch nog te laat aan onze schaatsopbouw begonnen, en kwam ook de laatste toertocht veel
te kort op de start.
Eens het Elfstedenkomitee de beslissing
liet vallen en de datum bepaalde, restte er u dan ook niet veel tijd
meer.
|
Vic.
Inderdaad, van dan af moest alles snel,
snel
gaan. Men dient zich immers de dag voor de tocht te melden aan de
inschrijvingstafels. Dus moesten wij vlug, vlug naar huis om te pakken.
‘s Anderendaags om 10 uur vertrokken wij
dan ook richting Leeuwarden. (Wij dat waren Vic, René en Kurt onze
begeleider.)
Rond half drie in de namiddag
arriveerden we daar. Een ogenblik waarop het stadje stilaan begon
overspoelt te geraken door een automassa.
De inschrijving in 'het Friesche
Evenementen Complex hield in, dat wij ons met de lidkaart of
inlotingsbrief, bij één van de aangeduide balies moesten aanbieden en er
100 NL gulden neertellen. In ruil kregen wij een verplicht te dragen
oranje armband, een controlekaart en wat algemene
inlichtingsformulieren.
René.
|
|
En daar liep ik op een heel grote
ontgoocheling. Immers bij het inkijken van het startschema bleek dat
ik ingedeeld was in de groep die het laatst moest vertrekken. Terwijl de
eerste toerrijders al om twintig voor zes het ijs op mochten, zou ik nog
moeten wachten tot kwart voor elf. Dat betekende niet alleen 5 uur
minder tijd om de afstand af te leggen, maar vooral veel meer uren in
het donker rijden. Bovendien valt er geen eventuele hulp te verwachten
van betere of evenwaardige rijders die later gestart zijn. Het zou
in mijn opinie eventueel alleen maar lijken oprapen zijn onderweg.
Het vooruitzicht van
een enorm lange tijdrit stemde me dan ook niet optimistisch.
Vic.
Ik trof
het ietsje beter en mocht volgens schema om vijf voor tien van start.
Toch kon ik mij daarmee niet gelukkig prijzen. Het feit dat wij niet
samen konden schaatsen was ook voor mij een handicap. Wij kennen mekaar
immers meer dan een beetje, zijn ongeveer van
hetzelfde kaliber en konden mekaar zowel moreel als fysiek kunnen
helpen.
Ge
bent daar een dag vooraf. Nu kan ik mij inbeelden dat in zo een
regionaal stadje er op dat ogenblik geen hotelkamers meer te vinden
zijn. Waar logeert ge dan de nacht voor de tocht?
|
René
Nog de dag van de beslissing, vernamen
wij via de radio dat inderdaad alle hotelkamers volgeboekt waren.
Dus daar moest er zeker geen soelaas
gezocht worden.
De - trouwens perfecte - organisatie had
echter voor ons gezorgd. Midden in de evenementenhal was er een
huisvestingsbalie opgezet. Daar werd ons (gratis voor de rijders) een
logiesadres gegeven bij particulieren in de stad. Deze adressen werden
ondermeer gerekruteerd via de plaatselijke pers. De respons hierop was
zo groot, dat er zelfs een logiesoverschot bestond.
Wij vonden logies bij het echtpaar
Veenstra wiens woning een drietal kilometers van de vertrekhal lag. Met
één woord, wij genoten er een modelontvangst.
Vic.
Om U een idee te geven van het
engagement van deze mensen, het gezin bestond uit het echtpaar plus 2
kinderen. Zij beschikten over een relatief kleine woning met 3
slaapkamers. Welnu om 4 gasten te kunnen herbergen ging de dochter van
12 bij een vriendinnetje te slapen. De jongste van 6 sliep bij haar
ouders op de kamer. Zie je dat hier al gebeuren?
|
|
Hoe verloopt nu zo een start van een Elfstedentocht?
Vic.
Chronologisch vanaf 's morgens.
Wij zijn opgestaan rond halfacht.
Alhoewel uiterlijk kalm, werd ik op dat ogenblik intern verteerd door de
zenuwen. René had het daar trouwens ook lastig mee, want alhoewel de
gastvrouw een uitgebreide ontbijtkeuze had klaargemaakt zag ik dat hij
praktisch niets binnen kreeg.
Tijdens het
klaarmaken nam ik als mondvoorraad 500 gram klontjessuiker mee naast
anderhalve zelfgebakken cake en een beetje drinken.
In tochtuitrusting, bracht de gastheer
ons daarna naar de Frieslandhal.
In die hal verzamelde men de deelnemers
per reeks, in 5 omheinde ruimten. Van daaruit werden op de
vooropgestelde tijdstippen de deelnemers gelost.
Psychisch werden we wat
opgekikkerd,
toen wij vernamen dat onze start met een halfuur vervroegd werd.
Rond 9 uur werd de oproep gedaan voor de
verzameling van de reeks met mijn nummer en om vijf voor halftien werd
het hekken geopend en mochten wij op weg naar het 2 km. verder gelegen Harinxmakanaal.
|
 |
Rond vijf voor tien stond ik op het ijs. Voila, de tocht
der tochten kon voor mij beginnen.
René.
Ik herinner mij nog zeer goed hoe
zenuwachtig ik voor de start was. Op dat ogenblik gierden tientallen
vragen door mijn hoofd met allemaal nutteloze hypothesen. En als nu eens
dit, of als nu eens dat?
Iedereen zal dit al wel eens in min of
meerdere mate meegemaakt hebben zeker? Het ergste is evenwel dat het een
hypotheek legt op een deel van uw fysiekvermogen, terwijl men daar geen
echte controle over heeft. Eens dat het hekken geopend wordt ebt echter alles
weg en ben je tevreden dat het begint.
In de beginfase stond de wind in de rug. Toen moet het toch vrij
gemakkelijk gegaan zijn zeker?
Vic.
Wanneer ge kunt starten op goed ijs en
met een krachtige wind in de rug hoort ge mij niet klagen. Daarnaast
ging het toen over sloten en kanalen van 20 á 30 meter breed, zodat
er ook weinig belemmeringen waren.
|
Zo konden wij slagen maken van misschien wel een tiental
meters. Het moet dan ook al een goede fietstoerist zijn die
U op zulke ogenblikken wil bijhouden. Denk nu
echter niet dat ge op dergelijke momenten ook nog kunt genieten van de
natuur. Ge dient immers niet
alleen alert te zijn voor scheuren, ook de rijders rondom U verplichten
tot voortdurende en uiterste waakzaamheid.
René.
Tijdens het eerste gedeelte had ik maar
één zaak op het oog, zover mogelijk geraken vooraleer de nacht inviel.
Ik had immers nog nooit in het donker geschaatst en heb daarenboven een
verminderd nachtzicht. Rijden bij nacht kon dus een echte nachtmerrie
worden.
Aangezien de omstandigheden in die fase
mee zaten was ik zeker niet rouwig.
Ter illustratie
wil ik toch nog dit aanhalen, ge moet U eens voorstellen, het Slotermeer
een grote ijsvlakte, goed zwart ijs en zonder windbelemmering windkracht 6 in
de rug. In zo'n ogenblikken vliegt ge. Het geeft U een ongelofelijk
snelheidsgevoel staande op die millimeter dunne stalen latjes.
|
|
Weet ge, ik heb na de tocht ondermeer
over het eerste gedeelte tot Stavoren mijn gemiddelde snelheid berekend,
en kom - inclusief stoppen, stempelen, drinken, klunen, enz. - aan 31,5
km/uur. Het doet mij vermoeden dat wij meermaals een heel eind boven de
40 moeten gegaan zijn. Het moeten heel goede wielertoeristen zijn om dit
te evenaren.
Indien U het dus mij vraagt zeg ik, het
eerste gedeelte was vrij gemakkelijk, maar gaf vooral een euforisch
schaatsgenot.
Maar na de euforie komt de calvarie zeker?
Vic.
Zo snel komt ge niet van de hemel in de
hel hé.
Vanaf Stavoren stond de wind in het
nadeel, en er kwamen - zeker in het stuk naar Hindelopen toe - ook heel
wat smallere stroken voor. Ik heb kunnen constateren dat er op die
stukken niet alleen meer scheuren waren, maar dat er meestal wit of
gelig ijs was. En dat gleed een stuk moeilijker. Daarenboven werden we
in die stroken ook gehinderd door andere deelnemers.
René.
Ik kan
alleen de Vic maar beamen. In die stroken zakt de snelheid heel
gevoelig, maar anderzijds kun je dan weer wat uit de wind
rijden. |
Vrij
snel gingen de schaatsstroken in dat gedeelte trouwens voor een langere
tijd breed open en kregen we weer schoon zwart ijs. Maar daarnaast zijn
er ook minder belemmeringen voor de wind die toen vlak
op onze snuit stond.
Om U enig idee te geven van de
gewijzigde moeilijkheidsgraad, om kwart voor drie, of na 80 km.
stempelde ik in Workum. Dat is dus na drie en een half uur "ijspret".
Welnu de 20 km. vanuit Stavoren heb ik overbrugd in één uur
drieëntwintig. of tegen bijna 15 km/uur. Weet ge nog, daarnet spraken
wij nog over een gemiddelde van 31,5 km/uur over de eerste 60 km.
De vermoeidheid komt dus veeleer langzaam binnensluipen?
Vic.
Iemand die een beetje getraind was, zal
tot halverwege zeker geen vermoeidheidsverschijnselen gekend hebben.
Ik kan het niet beter zeggen dan dat ge
het lichaam stilaan voelt overschakelen op de automatische piloot. Alles
gaat daarbij min of meer als een robot werken. De reflexen worden trager
en iedere extra beweging kost energie.
|
|
Alleen de ogen en de geest blijven
overmatig geconcentreerd. Trouwens de eerste vermoeidheidstekenen komen
zo langzaam dat ge het in eerste instantie niet beseft. Het ontwijken
van de scheuren gaat niet zo goed meer, ge wordt slomer en de rug gaat
steeds meer pijn doen.
René.
Maar dan valt de duisternis in en begint
de calvarietocht.
Toen ik rond 5 uur in Harlingen
arriveerde was het zo goed als donker. Ik was toen 115 km. ver en
stond vijf uur veertig op de schaats. Het gemiddelde over het laatste
stuk was gezakt naar 14 km/uur. Het werd dus duidelijk moeilijker.
Even buiten het stadje viel de volledige
nacht in. Omwille van de nieuwe maan was het buiten de bewoonde gebieden
aardedonker. Precies hier liep de tocht
over een tamelijk smalle sloot met slecht ijs. En daar begon voor zowat
iedereen de aanzet tot het festival der valpartijen.
De concentratie, het turen naar scheuren
en de angst om te vallen vrat toen bijna letterlijk aan mijn lichaam.
Gelukkig werd het ijs na enkele kilometers beter.
Ge kunt
het uzelf natuurlijk ook gemakkelijker maken. Zo zag ik bvb. even voor
Harlingen op de rechteroever een auto stoppen.
|
Er stapte een schaatser
uit die daarop zijn tocht gewoon verder zette. Of ook dit: rond
dezelfde omgeving hoor ik in het voorbijsteken van 2 mannen nog een
flard van een gesprek waarbij de ene tot de andere zegt;" in Franeker
neem ik mijn dope". Ook dat behoort dus tot het jargon van de
Elfstedentocht.
De bekendheid van de Elfstedentocht is er gekomen door de heroïsche
verhalen waaraan de pers vette kluiven had. Maar waar zit nu dat
heroïsche?
Vic.
Ik kan U verzekeren dat diegenen die de
tocht vanuit Franeker in het donker gereden hebben zeker zullen weten
wat heroïek is. Na het licht en de feestvreugde in dat stadje kwamen wij
immers in de hel.
Probeer U eens voor te stellen, ge staat
6 a 7 uren op het ijs, de vermoeidheid begint zwaar te wegen en ge moet
in het aardedonker (met een schaduwzicht van hooguit enkele meters)
rijden op slecht ijs. Daarenboven blijft het vechten met een beukende
wind op kop. Welnu, ge ziet schaduwen vallen, ge hoort roepen, vloeken
en tieren en dan, ligt ge er ook. Ge staat recht en begint een nieuw
gevecht tegen de natuurelementen. In het slechtste geval vijftig meter,
mogelijk honderd of vijfhonderd, met wat geluk enkele kilometers of meer
en dan ligt ge er weer.
|
|
Ge kruipt snel recht en schaatst verder
in de wetenschap en met de vraag wanneer komt de volgende tuimelperte.
Weet ge om erger te voorkomen ben ik op
een bepaald moment met één en zelfs met twee handen gestrekt vooruit
gaan rijden om de volgende val te breken, maar dat belastte mijn rug nog
meer en die voelde al bijna ondraaglijk aan van de pijn.
De vermoeidheid, de pijn, de psychische
ontreddering, ge gaat zo diep dat je bij wijze van spreken zou sterven op het ijs. Als dat
heroïek is dan heb ik hem persoonlijk beleefd.
René.
Om echt te kunnen beschrijven wat ge
meemaakt zouden uw gevoelens moeten kunnen spreken.
Ikzelf
passeerde rond kwart voor zeven in Franecker. Dat betekende dat ik 8 uur
op het ijs gestaan had om 130 km af te leggen. Met nog
meer dan 5 uur respijt voor de
resterende 70 km. tot Leeuwarden dacht ik, dat moet te doen zijn. De
vermoeidheid begon weliswaar te wegen, maar zeker niet in die mate om
alarm te slaan.Komt dan dat berucht stuk zoals Vic al aangaf. De
toerrijders die we dan nog zagen bleken van dan af heel dun gezaaid.
Diegenen die ik tegenkwam waren veelal op sterven na dood of kropen op
hun buik over het ijs. Mijn valtechniek was intussen zodanig
bijgeschaafd dat ik meestal op mijn rechtse bil belande. Of toch niet
helemaal, want op een bepaald ogenblik zie ik een paar meter voor mij
een schim vallen.
|
 |
Een vrouwenstem roept paniekerig "scheur". Ik tracht rechts te
ontwijken, maar rij toch maar in dezelfde barst. Hierbij ga ik
tamelijk zwaar met mijn hoofd tegen het ijs. Mijn skibril staat
op halfzeven en ik voel mij wat versuft, zegt diezelfde vrouwenstem: pas
op water. Wij lagen toch wel in een plas water zeker die door de scheur
ontstaan was. En geloof me of niet, ik zag dat niet eens, zo donker was
het.
Om wat beter te kunnen zien besloot ik
mijn skibril af te zetten. Luttele kilometers verder moest ik echter
constateren dat mijn oogleden aan het bevriezen waren. Dus stoppen, de
ogen wat ingewreven met speeksel, de bril terug op en tegen heug en meug
verder met de angst voor een volgende val.
En dan de wind. Voor Franecker had ik af
en toe wat hulp gehad, maar vanaf dan stond ik er alleen voor. Rijden in
de volle wind, zo diep mogelijk zittend om zo weinig mogelijk wind te
vangen. Welnu ik kan U verzekeren, dat is dodelijk voor de rug. Op een
bepaald ogenblik dacht ik dat het grootste pijnstadium achter de rug
was. In feite waren de spieren zo vermoeid geworden, dat ze het stilaan
lieten afweten. Op de duur dreigden ze zelfs mijn bovenlichaam niet meer
te dragen en moest ik tijdens het rijden af en toe met mijn handen op
mijn bovenbenen steunen om hen wat te laten rusten.
Alhoewel het ijs verder naar Barthlehiem
toe terug beter werd, geraakte ik door het schaatsen in de gegeven
omstandigheden |
lichamelijk totaal uitgeput.
Merkwaardig in die situatie was dat mijn geest zo helder bleef.
Ge voelt U alleen op de wereld en ge
denkt op zo'n ogenblikken aan zaken waar je anders zou mee lachen. ik
sprak in mezelf, ergerde me, vervloekte de stormachtige wind, maar
evengoed vroeg ik aan mijn pas gestorven hond of hij me vanuit zijn
hondenhemel niet kon helpen.
Maar er was niks of niemand die kwam
helpen. Ik mocht alleen tegen de wind blijven vechten. Zonder de
valpartijen te vergeten.
Op
zeker moment wordt het rechtersteunbeen onder me weggeslagen en val ik
tamelijk zwaar op de schouder. Deze keer meer een stremming die mijn
steunbeen deed blokkeren, geen scheur flitste door mijn hoofd.
Waarschijnlijk is mijn schoenovertrekje los gekomen. Zittend taste ik in
het aardedonker mijn voet af. Op het gevoel afgaand was het overtrekje
blijkbaar nog in orde. Vooraan op het schaatsmes voelde ik echter een
dik stuk stof. Bij nader onderzoek bleek dat er een wintermuts van één
of andere voorganger aan mijn schaats hing.
Ik citeer die feiten maar om aan te
tonen dat schaatsen in het donker voor mij één aaneenschakeling was van
vermoeidheid, vallen, opstaan en knokken tegen de wind.
|
|
En dan komt de euforie of het einde zeker?
Vic.
Naast al mijn miserie had ik wel het
geluk om te kunnen aansluiten bij een groepje. Allen leden van een schaatsclub
uit Noord Holland. Die mensen hadden absoluut geen bezwaar dat ik mijn
wagonnetje aan hun trein haakte. Het team was trouwens perfect georganiseerd.
Ze hadden
ondermeer begeleiding en bijstand van een volgwagen. Niet alleen in de
stadjes die gepasseerd werden, maar waar het enigszins mogelijk was,
zelfs vanaf de oevers. Dat hun tocht niet zomaar geïmproviseerd was,
toonde bijvoorbeeld het feit dat de koprijder
op de borst een "relatief" sterk zoeklicht meedroeg. De batterijen van
de spot werden trouwens op tijd en stond vervangen. De jongens losten mekaar
aan de kop ook regelmatig af en gaven daarbij de verlichting door.
Ge moet nu echter ook niet gaan denken,
dat ze op mij bleven wachten wanneer ik bv. viel hé. Nee nee, het
was snel rechtkruipen en opnieuw tot achteraan bij het groepje rijden of
ik kon het wel vergeten. Ik weet trouwens nog altijd niet waaruit ik de
energie putte om dat telkens klaar te spelen, want ik geraakte op
sterven na dood.
Aan het keerpunt in Dokkum stopten mijn compagnons bij
hun begeleidende wagen en omdat de wind van daar af terug in het "gat" blies, besloot ik hen te laten en alleen verder te doen
zoals het me zou uitkomen. Ondanks het windvoordeel maakte de totale
vermoeidheid het niet gemakkelijk.
|
Trouwens er viel ook nog een kort stuk
te rijden tegen de wind.
Waar ik de kans zag probeerde ik ook
mijn rug wat te ontspannen, maar ik bleef toch zoveel mogelijk
doorrijden.
Wanneer ge dan de lichten van Leeuwarden
ziet kan er niet veel meer stuk. Het gevoel dat ge de laatste honderden
meters op de Bonkervaart krijgt is onbeschrijfelijk.
Ik liep binnen rond half twaalf. Mijn
zilveren kruisje was een feit. Ik had zoniet de grootste dan toch één
van de grootste sportprestaties uit mijn leven geleverd.
René.
Bij mij begon halverwege Franecker en
Barthlehiem de twijfel binnen te sluipen. Ik moest praktisch alle vijf
minuten mijn rug rechten. Op die momenten reed ik precies pal met mijn
snuit tegen
een windmuur. Verwonderlijk was dat niet
zozeer de gevolgen van de valpartijen mij begonnen te ontredderen, maar
wel het gevoel leeg te zijn. Iets dat ik voordien nog nooit gekend had..Even voor Barthlehiem besloot ik wat te
drinken en een goede portie druivensuiker te eten. De mensen aan het
drankstalletje gaven mij nog wat moed en verwonderlijk ging het toen
terug iets beter. De patat die ik nadien kreeg kwam echter des te harder
aan.
|
|
Zeker ogenblik begon ik te kokhalzen en
stond op het punt te braken. Toen kwam de vrees dat ik mijn gezondheid
in het gevaar aan het brengen was.
En dan, in Barthlehiem draai ik onder
het bekende bruggetje links naar het noordelijker gelegen Dokkum toe, ik
zie andere rijders over hetzelfde traject terugkeren van het
voorlaatste stadje. Ze vliegen. Er staat nu immers zes beaufort in hun
kont.
Het is kwart voor tien. Ik stop. Ik zeg
tegen mensen van de organisatie: gedaan voor mij. Ze proberen mij nog
moed in te praten. Ze zeggen me dat ik nog twee uur en een kwart heb en
dat het daarmee te doen is. Ik vraag hen of ze weten wat het is zowel
psychisch als fysiek leeg te zijn. Het is voorbij voor mij.
Vic mag dan terecht meer dan trots
zijn, maar hoe voelde U innerlijk op dat moment?
René
Eigenlijk verwonderde het mezelf een
beetje dat de ontgoocheling niet zo groot was. Wij hebben fouten
gemaakt, ondermeer in de voorbereiding, maar op de tocht zelf ben ik
volgens mij zo diep gegaan als ik menselijk voor mogelijk achtte.
|
Zoals reeds aangehaald wist ik ook
vooraf dat door in de laatste groep te moeten vertrekken mijn kansen
gering waren. De uitslag geeft me gelijk.
Kijk, toen
ik in Barthlehiem in het beruchte busje stapte, geraakte ik in gesprek
met een deelnemer uit de omgeving van Alkmaar. Hij had de twee vorige
edities uitgereden en was nu samen met
zijn dochter in mijn reeks gestart. Welnu die man, ooit een
wedstrijdrijder op de baan, had zich opgeofferd voor zijn dochter, had
haar al die tijd uit de wind gezet en was ook totaal leeggereden
afgestapt in Barthlehiem. Wanneer ik die als maatstaf neem, mag ik
naar mijn mening niet helemaal ontevreden zijn.
Zo te horen zal de lichamelijke
staat na zo'n tocht niet al te best zijn zeker?
Vic.
Wij dienden in het Friesche Evenementen
Complex, waar na afloop de rijders bijeengebracht werden, te wachten op
onze chauffeur. Welnu, ik kan u verzekeren, dat ik in mijn hele leven
nog nooit zoveel menselijke wrakken gezien heb. Het was werkelijk aandoenlijk. Sommigen
liggend of zittend op de ijskoude betonnen vloer.
Anderen binnengebracht hangend op de
schouders van begeleiders.
|
|
Nog anderen weggezakt op een stoel het hoofd
tussen hun armen liggend op een tafeltje. Ikzelf had last van
mijn rug en een gestoord evenwichtsgevoel, wat mij er toe laat
besluiten dat de Elfstedentocht rijden een manier is om dronken te worden zonder een druppel alcohol verbruik.
Wat ik niet gezien heb, waren toerrijders
die er misschien ondanks hun mogelijk zilveren kruisje, euforisch of fluitend rondliepen.
En hebt ge daar dan geen naweeën van?
Vic.
Verwonderlijk
genoeg viel dat in eerste instantie nogal mee. In het begin van de
eerste nacht rolde voortdurend een film met ijsscheuren voor mijn ogen,
ook al waren ze dicht. Daarnaast sliepen wij niet zo goed als gevolg van
de oververmoeidheid, maar 's ochtends voelde ik buiten een stevige
spierstijfheid weinig ongemakken.
Twee dagen na mijn prestatie kwamen echter de fysische naweeën
bovendrijven. Zo begon als gevolg van een val mijn enkelgewricht te
zwellen en manifesteerde zich door de extreme belasting tendinitis in de
knie. Al bij al is dat echter na een tweetal weken verdwenen.
|
René.
Behalve de te verwachten stramheid,
kreeg ik in de eerste uren als gevolg van de vele valpartijen een
zwelling op mijn rechterbil. Daarnaast had ik in die periode ook een
melkachtig zicht tengevolge van mijn oogbevriezing.
Vanaf de tweede dag kreeg ik het gevoel
een echt lichamelijk wrak te zijn. Verder manifesteerden zich een
serieuze inwendige bloeduitstorting in mijn rechterbil
naast een kleinere in mijn schouder en elleboog langs die kant.
Het algemeen gevoel van ongemak verdween
vrij snel, maar de gevolgen van de valpartijen zijn me meer dan veertien
dagen bijgebleven.
Iedere normale mens in Vlaanderen kent nu wel het woord klunen. We
hebben er U nog niets over boren zeggen?
Vic.
De toerrijders moesten op een
vijftiental plaatsen klunen. Hetgeen heel wat meer was dan de
wedstrijdrijders. Wat mij betreft is klunen een boetegang voor
schaatsers. Het is niet alleen een aanfluiting van het concept waarop
het schaatsen gebaseerd is,
|
|
technisch zijn
die dingen onder uw voeten daar ook niet voor geschikt. Daarenboven
haalt het U telkens opnieuw uit de ritmische beweging en doet het pijn
in de beenspieren.
René.
Daarnaast verliest ge er ook veel tijd
mee. Zo dienden wij op een bepaald moment te klunen onder een snelweg.
Het was er filevorming en wij geraakten er slechts schuifelend en
stilstaand vooruit. Later las ik in een dagbladartikel dat er rijders
waren die het er zo van op hun heupen kregen, dat ze over vangrails
klauterden en gewoon de snelweg over staken. De politie die ter plaatse
was hield daarbij het verkeer tegen.
Ziet ge dat hier in België al gebeuren?
Wij hebben het op ons TV-scberm gezien. Maar gij zat er middenin. Vertel
ons eens iets over de sfeer.
Vic.
Bij de toerrijders zelf vindt ge de
sfeer niet die rond de tocht heerst. Bij hen hangt immers de spanning
die ge bij iedere min of meer belangrijke sportgebeurtenis vindt.
|
Bij de gewone mensen en tijdens de
toertocht zelf proeft ge natuurlijk van het entourage. Het is gewoon
ongelofelijk hoe die mensen daar meeleven.
De doortochten
in de wooncentra zijn dan ook meer dan een belevenis. Het is
daarenboven telkens weer een morele opkikker. De mensen zijn gewoon
knettergek. Ze moedigen iedereen, maar dan ook iedereen aan. Hoe ze
het blijven opbrengen? Joost en de jenever mogen het weten.
Weet ge dat er
bv. in Dokkum ruw geschat twintigduizend dol enthousiaste mensen
rond het keerpunt geconcentreerd stonden.
Eigenlijk
bestaat er maar één woord voor dergelijke toestand, "schaatsgekte!".
Hebt ge soms nog iets dat U is bijgebleven.
René.
Misschien dit:
weet ge, er delen heel wat mensen gratis warme drank uit langs het
parcours. Meestal gebeurt die dienstverlening vanuit grote verwarmde
ketels. De plastiekbekertjes hierbij gebruikt worden teruggevraagd.
Sommige schaatsers gooien die in hun haast |
|
gewoon
terug in de
ketels. Welnu terwijl er verschillende bekertjes ronddrijven in de
soep die ze serveren, vissen vrijwilligers die op en vullen ze snel
en zonder enige complexen, de beide handen in het brouwsel
dompelend. Geen appetijtelijk zicht, maar iedereen drinkt er toch
maar gretig van.
Vic.
Om U een idee
te geven hoe donker het wel was, op een bepaald ogenblik zie ik
links van mij enkele schaduwen, ik reageer en probeer bij het
"groepje" aan te sluiten, ram ik toch wel bijna een rij meerpalen
zeker die ik voor schaatsers aanzag.
Daarnaast, en
het klinkt misschien banaal nu, maar in de situatie waarin ge aan
het rijden bent is het zeker niet zo. Op weg naar Dokkum, schaatsend
turend en spiedend in het donker kwam er op een bepaald ogenblik een
politiehelikopter overgevlogen. Met een buitengewoon sterke
schijnwerper verlichtte hij gedurende enkele minuten het ijs. Wel op
dat moment ben je precies een podiumvedette die voor het voetlicht
wordt gezet. Alles rondom U
is zoals in een sprookje prachtig te zien. Scheuren tekenen zich
af alsof ze op het ijs geschilderd zijn. Zo duidelijk zijn ze zelfs
in het beste
|
daglicht
niet te
bekennen. Maar wanneer de spots dan
verdwijnen is het des te donkerder en ziet ge geen hand meer voor uw
ogen.
Komt er
nog een volgende?
René.
Aan een pas
bevallen moeder vraagt ge toch ook niet of er nog een volgende komt.
Laat ons daar binnen enkele tijd nog eens over spreken.
Vic.
Het was een
droom en mijn betrachting ooit de Elfstedentocht te rijden. Ik heb
dit kunnen realiseren en ben voldaan.
Zou ik echter
één van mijn vrienden kunnen helpen met raad of daad, dan wil ik
zeker nog eens meegaan, maar dan enkel als begeleider.
|
Terug naar
verhalen.
|